Ga verder naar de inhoud

Höflich-uitgave: Danses célèbres des Fondateurs de l'Opéra français. 3e suite: Rameau - Fragments de Castor et Pollux

Jan Dewilde

François-Auguste Gevaert had een grote belangstelling voor oude muziek, die tot uiting kwam in zijn veelzijdige activiteiten als componist, dirigent, musicoloog en conservatoriumdirecteur. Daarmee trad hij in de voetsporen van François-Joseph Fétis (1784-1871), zijn voorganger als directeur van het Conservatoire Royal in Brussel. Tijdens zijn lange directeurschap in Brussel (1871-1908) zou Gevaert zijn interesse voor de oude muziek, die tijdens zijn Parijse verblijf in de jaren 1850-1860 was gegroeid, kristalliseren in musicologische publicaties, historische concerten, partituuruitgaven en transcripties en arrangementen. Met die partituren en bewerkingen beoogde Gevaert niet zozeer authenticiteit, maar wou hij studenten en het publiek, binnen en buiten het Conservatorium, in contact brengen met onbekend, maar waardevol repertoire.

Gevaert publiceerde onder meer Les gloires de l'Italie. Chefs-d'oeuvre, anciens et inédits, de la musique vocale italienne aux XVIIe et XVIIIe siècles, Répertoire classique du chant français en Classisches Repertorium. Ausgewählte Compositionen alter Meister. Naast deze edities van Italiaanse, Franse en Duitse vocale muziek, maakte hij ook orkestraties van operafragmenten in de reeks Danses célèbres des fondateurs de l'Opéra français: Lulli-Rameau-Gluck. Voor de derde suite uit die bundel orkestreerde Gevaert dansen uit Castor et Pollux, de 'tragédie en musique' van Jean-Philippe Rameau, die in 1737 in Parijs werd gecreëerd. Tegen het einde van de 18de eeuw deemsterde de populariteit van het werk weg; in de 19de eeuw kwam een hernieuwde belangstelling eerder traag op gang, niettegenstaande Hector Berlioz' pleidooi in 1842 in Revue et gazette musicale de Paris. De 'Fêtes nationales Rameau' in 1876 in zijn geboortestad Dijon en de publicatie van een nieuwe partituur (zang-klavier) van Castor et Pollux door Charles Lecocq wakkerde de belangstelling opnieuw aan. Maar het zou nog tot 1903 duren eer de opera opnieuw in Parijs werd opgevoerd, in aanwezigheid van een enthousiaste Claude Debussy.

Gevaerts bewerking kaderde dus helemaal in de hernieuwde belangstelling voor Rameau en diens Castor et Pollux. De suite bestaat uit de ouverture en zes dansen, maar Gevaert voorzag ook alternatieve suites van vijf en drie dansen, beide zonder ouverture.

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 2669, 2026].