Ga verder naar de inhoud

Kerstmuziek uit de zeventiende eeuw: Phalesius’ tweede verzamelbundel Cantiones Natalitiae (1651) opnieuw samengesteld


In 2008 werden in de Conservatoriumbibliotheek van het Koninklijk Conservatorium Antwerpen fragmenten teruggevonden van enkele zeventiende-eeuwse drukken met Vlaamse kerstmuziek, uitgegeven bij de Antwerpse muziekdrukker Phalesius. Dankzij deze vondst kon onder andere de verzamelbundel met Cantiones Natalitiae uit 1651 opnieuw samengesteld worden, wat resulteerde in voorliggende editie. Uitgaven met muziek voor Kerstmis waren voor Phalesius vertrouwd domein. Ze vormen een voortzetting van een reeks eerder verschenen boekjes onder de titel Laudes Vespertinae. Deze bundelden het repertoire dat in de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal gezongen werd tijdens het avondlof van de Gilde van het Onze-Lieve-Vrouwe-lof, een religieuze broederschap. Naast allerlei Latijnse hymnen, Maria-antifonen en motetten, bevatte het ook kerstliederen, die in de kersttijd gezongen werden. Tussen 1604 en 1648 publiceerde Phalesius een viertal edities van deze Laudes Vespertinae, waarbij de inhoud telkens vermeerderd en aangepast werd. Hierbij nam het aantal kerstliederen geleidelijk aan een grotere plaats in, en steeg het aandeel van de Nederlandse taal ten opzichte van het Latijn. Precies deze groeiende belangstelling voor kerstliederen moet Phalesius aangezet hebben om daar aparte publicaties aan te wijden. Tussen circa 1645 en 1658 publiceerde het drukkersbedrijf vier verzamelbundels met de titel Cantiones Natalitiae, telkens met werk van verschillende componisten. Hierbij trad een nieuwe generatie componisten voor het voetlicht, en zette zich langzaamaan een stilistische vernieuwing door, weg van de eenvoudige vierstemmige homofone zetting, naar een meer barokke textuur met solostemmen, basso continuo en afzonderlijke instrumentale partijen. Naast de eenvoudige strofische koorliederen, ontstond een nieuwe complexere ‘reprisevorm’. De strofen worden enkel gezongen door een praecentus of voorzanger, begeleid door de basso continuo, en daarna gevolgd door de ‘reprise’, een meer kunstvol uitgewerkt refrein voor het volledige koor, eventueel aangevuld met instrumenten.

De volledige inleiding met notenvoorbeelden kan u hier lezen.

Facsimile van partijen uit de bibliotheek van het Koninklijk Conservatorium Antwerpen (KVC 234207).

Stryckers, P.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 2637, 2023].