Ga verder naar de inhoud

Rafael D'Haene deed zijn hogere muziekstudies aan het Conservatoire Royal de Musique de Bruxelles (1962-1967), waar hij studeerde bij Eduardo del Pueyo (piano), Victor Legley (harmonie), Jean Louël (contrapunt) en Marcel Quinet (fuga). Daarna bekwaamde hij zich verder in compositie bij Henri Dutilleux aan de École Normale de Musique de Paris (1967-1968) en bij Victor Legley aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth (1968-1971). Zelf was hij vanaf 1974 verbonden aan het Koninklijk Conservatorium Brussel (KCB) en vanaf 1986 ook aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth, eerst als docent harmonie, contrapunt en fuga en later als docent analyse en compositie. Aan het KCB werd hij in 2004 benoemd tot directeur. In die functie nam hij verschillende belangrijke beleidsfuncties op zich en was hij actief betrokken bij het academiseringsproces van het conservatorium.

Als componist heeft D'Haene met veel respect voor de traditie een precieus oeuvre opgebouwd. Hij schuwt het experiment en streefde daarentegen naar een klassiek schoonheidsideaal dat wortelt in het negentiende-eeuwse repertoire. D'Haene betracht klassieke tijdloosheid en wil muziek schrijven die, los van trends, blijvend betekenis draagt. Dat zijn werk sterk geapprecieerd wordt, bewijzen de vele nationale en internationale uitvoeringen en bekroningen. Met zijn cantate Klage der Ariadne op tekst van Friedrich Nietzsche werd hij in 1972 laureaat van de IX Premio Internacional de Musica Oscar Espla. De jury in Alicante bestond uit Oscar Espla, Goffredo Petrassi, André Jolivet, Xavier Montsalvatge en Antonio Iglesias. In 1977 werd zijn oeuvre bekroond met de prestigieuze Prix Lili Boulanger door een eminente jury bestaande uit Nadia Boulanger, Jean Français, Marcel Mihalovici en Henri Dutilleux.

Het is tijdens zijn studietijd bij Dutilleux in Parijs dat D'Haene zijn Negen stukken voor piano componeerde, een werk dat hij als zijn eerste belangrijke opus beschouwde. De componist schreef over de ontstaansgeschiedenis: 'Het rijke muziekleven in Parijs, het leren kennen van figuren zoals Olivier Messiaen, Pierre Boulez en vooral componist Henri Dutilleux, de omgang met andere jonge, vaak beginnende componisten en zoveel andere factoren die deze stad te bieden had, schiepen voor mij een intens artistiek klimaat. Mijn bewondering voor een componist zoals Alban Berg, wiens werk Wozzeck, Lyrische suite, de pianosonate e.a. ik grondig bestudeerde, beïnvloedden sterk mijn artistieke ambities. De context van nieuwe klanken, post-tonale parameters en de drang naar vernieuwing in het algemeen, maakten het voor de scheppende kunstenaar niet altijd gemakkelijk. Het is dan ook met enorme concentratie en de wil iets origineels te brengen dat ik de Negen stukken voor piano heb gecomponeerd. Het behalen van het diploma Licence de composition met deze compositie en mede de proeven van orkestratie na één jaar studie, was voor mij een belangrijke factor inzake overtuiging van de ingeslagen weg.'

Dit opus 1 werd op 27 september 1968 door Sonia Anschütz gecreëerd in Studio 3 van het Omroepgebouw in Elsene (Brussel) tijdens een opname voor de klassieke zender BRT 3. Al vlug volgden uitvoeringen door eminente Belgische en internationale pianisten als André De Groote, Jean Louël, Ewa Korniszewska, André Grignard, Jean-Claude Van den Eynde, Pascale De Decker - del Marmol, Jan Vermeulen, Dirk Goubert en Amelia Moor. De Negen stukken fungeren ook vaak als plichtwerk op pianowedstrijden. In 1969 werd het werk bekroond met de Prijs van de Provincie West-Vlaanderen voor instrumentale compositie. Een uitgebreide analyse van het werk werd gemaakt door Hilde Goedgezelschap voor haar eindwerk in de muziekwetenschappen (KU Leuven, 1989).
Tot nu was het werk enkel in facsimile van het handschrift beschikbaar; dit is de eerste publicatie.

Duurtijd: 12 minuten.

Dewilde, J.: [Nederlandse inleiding bij Höflich-cataloognummer 2670, 2026].