Ga verder naar de inhoud

Symfonisch Heldendicht

Marinus de Jong (Oosterhout, Noord Brabant, Nederland, 14 augustus 1891) is één van de meest veelzijdige figuren uit het Vlaams muziekleven. Als pianovirtuoos trad hij op in de Verenigde Staten en in verschillende landen van Europa, als pedagoog was hij verbonden aan het Hoger Instituut voor Kamermuziek te Mechelen en aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium te Antwerpen. Maar het is vooral als componist dat hij het sterkst op de voorgrond treedt. Meer dan 170 opusnummers omvatten werken in alle genres: opera’s, balletten, oratoria, missen, symfonieën, concerti voor talrijke instrumenten, symfonische gedichten, kamermuziek in alle mogelijke combinaties, orgelstukken en natuurlijk ook klavierwerken en liederen. Zij getuigen van een zeldzame technische vakkennis en originele vinding.

Een dergelijk oeuvre vertoont een zekere bepaalde evolutie, maar er zijn constanten in zijn stijl de bespeuren, voornamelijk de belangstelling die hij steeds aan de dag legde voor de oude modi die hij combineert met moderne vormen. Eveneens opvallend is de zorg waarmede hij de teksten uitkiest voor zijn vocale werken.

Tijdens een kunstreis in de Verenigde Staten in 1920 ontdekte Marinus de Jong in een boekwinkel te Los Angeles het epos “Hiawatha” van Henry Longfellow (1807 – 1882). Bij zijn terugkeer in Europa kwam de meesterlijke vertaling die de grote Vlaamse dichter Guido Gezelle (1830 – 1899) van dit werk gemaakt had, hem onder de ogen, en hij vatte eerst het plan op het in een opera te ontwikkelen. Reeds voor de tweede wereldoorlog bewerkte hij verschillende fragmenten van dit epos voor diverse bezettingen. Na de oorlog kregen zij hun definitieve vorm, enerzijds in een symfonisch heldendicht “Hiawatha” opus 36, uit 1945, anderzijds in een groots oratorio in zeven delen “Hiawatha’s Lied”, opus 37, dat in 1947 voltooid werd. De vroegere opusnummers bleven behouden. Dadelijk werden deze partituren onder de meesterwerken van de Jong gerekend. Het symfonisch heldendicht “Hiawatha” vormt als het ware een synthese van het oratorio. Het ontleent namelijk de voornaamste thema’s eruit. Deze thematiek is dan ook bijzonder rijk en afwisselend. Ziehier in het kort gegeven dat muzikaal gevolgd wordt:

Gitschi Manito, de godheid, daalt uit de hemel neer. Hij ontsteekt de vredespijp en roept de stammen op. Hij maant de krijgers van de volkeren op te houden met hun oorlogsgeweld. Wenonah, de dochter van de mooie Nokomis, wordt verleid door Mudjiekiewis, de trouweloze Westwind, die haar alleen achter laat. Zij baart een zoon van liefde en leed, Hiawatha, en sterft. Nokomis zingt een wiegelied voor het kindje dat zij opvoedt. Hiawatha wordt een jeugdige knaap die verneemt over het fatale geheim. Hij gaat op zoek naar zijn vader en ondervraagt hem over zijn geboorte en over de dood van zijn moeder. Dan richt hij zich op en begint een vreselijk gevecht met Mudjiekiewis tot deze laatste hem toeroept: “Hou op mijn zoon, mijn Hiawatha. Het is onmogelijk mij te doden want ik ben onsterfelijk. Ik wilde slechts weten of gij vroom waart”. Hiawatha keert nu huiswaarts langs het land der Dakota’s. Hij ontmoet er Minehaha “lachend water” en neemt haar tot vrouw. Tot slot weerklinkt het bruiloftslied.

Geheel dit verhaal wordt muzikaal plastisch uitgebeeld: het neerdalen van Gitschi Manito (inleiding); de oproep en de komst der krijgers (eerste thema); de figuur van Wenonah met een tedere melodie (tweede thema: eerst in de klarinet); het wiegelied in frygische modus (derde thema: eerst in de snaren en daarna in het hout); de grootspraak van Mudjiekiewis (vierde thema in de bassen) en zijn gevecht met Hiawatha, en tenslotte de uitbundige bruiloft. Met exotische modi en chromatismen wilde de toondichter het Indiaanse karakter van het gegeven onderlijnen.

“Hiawatha” werd door het eerst uitgevoerd te Antwerpen in 1946 onder leiding van Flor Alpaerts door het Orkest van de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde.

Marinus de Jong is lid van het Cebedem.

Luc Leytens (typoscript, s.a.) - SVM