Quartetto Per Clarinetti (1963)
Entrata – Nuttorno – Capriccio
Ivo Ceulemans werd geboren te Antwerpen op 18 maart 1905. Hij studeerde aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium van zijn geboortestad, maar hij ging zich nog vervolmaken door privélessen bij Frans D’Haeyer en vooral bij Karel Candael die hem inwijdde in de fuga, orkestratie en compositie. Hij begon zijn loopbaan als leraar in het Stedelijk Onderwijs te Antwerpen. In 1959 werd hij, als opvolger van Frans D’Haeyer, directeur van de Muziekacademie van Hoboken. In zijn pedagogisch streven schonk hij een grote aandacht aan het samenspel van de leerlingen zowel op instrumentaal als vocaal gebied. Hij wijdde zich tevens speciaal aan het notenleeronderricht op een logische, pedagogische en progressieve basis. In samenwerking met enkele leraars publiceerde hij een handleiding in dit vak.
Als componist heeft Ceulemans zich voornamelijk toegelegd op de kamermuziek. Zo verdienen onder meer drie strijkkwartetten de aandacht, waarvan het eerste bekroond werd met een tweede prijs van SABAM, de Belgische Auteursvereniging. Verder zijn te vermelden: een uitgebreid Octet voor diverse instrumenten; en Suite voor trompet, hoorn en fagot; de liederencyclus Mystiek Portret voor sopraan en strijkkwintet; Serenata voor blaaskwintet; Drie harpsoli enz… In 1954 kreeg hij de Karel Bouryprijs van de Koninklijke Vlaamse Academie voor 9 kinderliederen. Onder zijn composities voor grotere bezetting vinden wij verschillende orkestwerken en vooral het Vioolconcerto uit 1965.
Het Quartetto per Clarinetti ontstond iets vroeger, namelijk in 1963, tijdens een zeer vruchtbare periode van deze toondichter, die genen veelschrijver is. Het werd geschreven op verzoek van het Belgisch Klarinettenkwartet dat onder leiding staat van Marcel Hanssens en reeds aan vele Belgische toondichters een dergelijk verzoek heeft gericht waardoor er stilaan een eigen, oorspronkelijk repertoire werd opgebouwd. Het werd voltooid op 31 augustus 1963. Ditzelfde ensemble gaf er op 21 april 1964 ook de eerste uitvoering van, en wel voor de radio-uitzendingen van het eerste programma van de Belgische Radio en Televisie, Nederlandse Uitzendingen.
Zoals in verschillende werken treffen wij er een samengaan in aan van klassieke hedendaagse stijlmiddelen. Ceulemans geeft zijn gevoelens niet gemakkelijk prijs en zoekt zijn heil in een logische constructie. Typerend is ook het sterk doorgedreven chromatisme dat hem op de grenzen der tonaliteit brengt.
Elk van de drie vrij korte bewegingen van dit werk is min of meer driedelig van opbouw.
De Entrata (Moderato) is gebouwd op een hoofdthema dat van bij het begin te horen is in de achtereenvolgende inzet in gevarieerde canonvorm van de vier instrumenten: een basklarinet in B, twee klarinetten in B en een klarinet in Es. Uit dit hoofdthema worden de diverse elementen van het stuk afgeleid en doorgevoerd met een iets langzamer middendeel (Meno mosso).
Het trage gedeelte, een Notturno (Molto largo), heeft allerminst een romantische sfeer maar blijft beheerst, zelfs koel. De aanvangsmelodie “come un recitativo” in de Es-klarinet wordt afgewisseld met puntige accenten. In het aansluitend Poco agitato neemt de basklarinet de leiding. De beweging wordt echter weldra terug kalmer in een samenvoegen van de beginfase met elementen uit de passage van de basklarinet.
Het derde en laatste deel, Capriccio (Alegretto) is dodekafonisch opgevat. Het is een luchtig contrapuntisch spel waarvan de vier instrumenten gelijkelijk deel hebben. Als tegenstelling wordt in een Poco largo e maestoso een koraalmelodie in de basklarinet geplaatst, waarbij na elke zin de Es-klarinet een cadenserende frase laat horen. Na de herneming van het begintempo duikt nog een vluchtige herinnering op van het Notturno, voor het snelle slot.
Luc Leytens (typoscript, s.a.) - SVM