Ga verder naar de inhoud

Symfonisch gedicht voor groot orkest (Partituur onuitgegeven; dépot Cebedem, Brussel)

Robert Herberigs (Gent, 19 juni 1886) is een uitermate veelzijdige figuur. Behalve componist en in zijn jonge jaren ook zanger, is hij schilder en romancier. Ondanks het feit dat hij een groot deel van zijn leven als koopman aan zijn brood kwam, heeft hij een uitgebreid oeuvre tot stand gebracht.

Wanneer wij ons enkel beperken tot zijn orkestwerken, dan valt het op hoe zij met uitzondering van zijn hoornconcerto, getiteld “Cyrano de Bergerac” (1912) het symfonisch gedicht “Het Lied van Hiawatha” (1921) en het Eerste Pianoconcerto (1932), alle tot de laatste scheppingsperiode van de componist behoren, namelijk tot de jaren na de tweede wereldoorlog. Tussen 1949 en 1967 componeerde hij een twintigtal symfonische stukken die tot het genre van de suite of van het symfonisch gedicht behoren. Het samengaan van muziek met de verschillende kunsten spreekt uit de titels. Zo was de schilderkunst aanwezig in werken als “De Vier Seizoenen” naar Brueghel (1956) of de “Vier Odes aan Botticelli” (1958), het theater in “Commedia dell’Arte” (1959), de film in “Vlaanderen, o welig huis” (1949) en de literatuur in talrijke bladzijden zoals “De Vrolijke Vrouwtjes van Windsor” (1949), “Hamlet” (1962), “Romeo en Julia” (1963), alle naar William Shakespeare, “Cyrano de Bergerac” (1912) naar Rostend, “Het Lied van Hiawatha” (1921) naar Longfellow, “De kleine Zeemeermin” (1955) naar H.C. Andersen, “La Chanson d’Eve” (1955) naar Charles van Lerberghe en als laatste werk “Reinaut en Armida” (1967) naar Torquato Tasso.

“De Nachtelijke Wapenschouw” gecomponeerd tussen 25 februari en 18 april 1961 is een symfonisch gedicht dat zelfs de beeldende kunst en de literatuur samen verbindt vermits het geschreven is naar een ballade van Zedlitz en een lithografie van Raffet. Deze beide figuren behoren tot de Romantiek. Josef Christian Freiherr von Sedlits (1770 – 1862) was een Oostenrijks dichter, vriend van Grillparzer. Zijn “Nächtliche Heerschau” uit de bundel “Totenkränze” (1827) is zijn bekendste werk en verheerlijkt de figuur van Napoleon Bonaparte. Ook de lithografieën van de Franse schilder en tekenaar Denis-Auguste-Marie Raffet (1804 – 1860) inspireren zich vooral op de Napoleontische epos. De prachtige lithografie “La grande revue nocturne” dagtekent uit 1836 en gaat precies terug tot de ballade van Sedlitz. Temidden van een ontelbare menigte gehelmde ruiters ziet men er de figuur van de keizer opdoemen, gezeten op een wit paard, dat afsteekt tegen de donkere lucht.

De inhoud van de ballade die muzikaal ook gevolgd wordt is ongeveer de volgende: over de vlakte heerst de stilte tot er vanuit de verte tromgeroffel weerklinkt. Het roept de doden op, wier lijken onder het maanlicht verspreid liggen. Maar zij staan op en er vormt zich een stoet van schimmen die aan Napoleon voorbijtrekken, achter hun versleten vaandels. Niets van hun vroegere fierheid is verloren gegaan. Vooraan marcheert de infanterie, dan de lichte ruiterij en de huzaren, de sabels in de hand. Het is een onoverzienbare menigte die de zegekreet roept: “Frankrijk!” maar plots antwoordt het noodlot “Waterloo!”. Hierdoor verzwindt de gehele optocht even snel als hij gekomen is en de stilte van de dood, beschenen door de maan, herneemt haar rechten.

De sombere stemming van dit gegeven laat zich best verklaren door de omstandigheden waarin Herberigs dit werk componeerde. Op het einde van 1960 was zijn dierbare echtgenote hem ontvallen en deze ernstige bladzijden zijn ongetwijfeld de weerslag geweest van dit persoonlijke leed.

De eerste uitvoering van “De Nachtelijke Wapenschouw” vond plaats in de grote concertstudio van de Belgische Radio en Televisie te Elsene-Brussel, door het Symfonieorkest van deze instelling onder leiding van Daniël Sternefeld. Dit gebeurde in juni 1961 tijdens een huldeconcert ter gelegenheid van de vijfenzeventigste verjaardag van de toondichter.

Robert Herberigs is lid van het Cebedem.

Luc Leytens (typoscript, s.a.) - SVM