Symfonie nr. 3 “Dennensymfonie” (1933)
- Andante sostenuto – Allegro non troppo
- Andante
- Scherzo (Allegro vivo)
- Finale – Adagio maestoso
In 1930 kwam Arthur Meulemans (Aarschot 19/5/1884 – Etterbeek bij Brussel 29/6/1966) zich te Brussel vestigen waar hij benoemd was tot dirigent bij de Belgische Radio. Deze aanstelling betekende voor hem een spoorslag om zich nog intenser dan voorheen toe te leggen op de symfonische muziek. Vanaf die datum ontstond de indrukwekkende en afwisselende reeks van 15 symfonieën die een belangrijk onderdeel uitmaken van zijn zeer uitgebreid oeuvre en die hem onder de belangrijkste symfonisten van zijn generatie doet postvatten. De Derde Symfonie die nog aangevat was in 1930 op het einde van zijn verblijf te Tongeren maar die ondertekend werd op 4 mei 1933, was de eerste die resoluut de beschrijvende weg insloeg. De inhoud staat vooraan in de partituur aangeduid:
- Maannacht – over de beemden en de Demer hangt zomernevel – de vier boompjes fantastisch verlicht – ruiters in de nacht.
- De dennebosjes ruisen zacht in de mysterieuze eenzaamheid.
- Middernacht – dans voor kabouters en nymfen.
- De morgen – over de dennen het stralend licht.
De vermelding van de Demer wijst natuurlijk naar een evocatie van de toen nog ongerepte streek vanwaar de componist afkomstig was en in een brief van 17 april 1930, waaruit blijkt dat het schema toen reeds vaststond: “Ik ben een symfonie der Dennen begonnen voor het stadje en de streek waar ik ben geboren… Maannacht, Zomernevel over de beemden en de Demer – de dennen – grote dans van kabouters en die hele rommel – finaal – de dag over de dennen.”
Toch verraadt dit citaat meteen hoezeer Meulemans meteen het belang van dit “programma” minimaliseerde. En inderdaad, indien de verschillende delen van de muzikale beschrijving zeer gemakkelijk op het oor te volgen zijn, dan is het toch ook onmiskenbaar dat deze symfonie even goed als een brok zuivere muziek te smaken is. Alleen is het overduidelijk dat de structuur door de inhoud bepaald wordt. Daar tevens de vier traditionele symfonie-delen evenwel door soepele tempowisselingen gekenmerkt, elkaar zonder onderbreking opvolgen, bezit het werk evenzeer het karakter van een groot symfonisch gedicht. In die zin vinden wij ook in de Dennensymfonie bevestigd wat Meulemans op ’t einde van zijn leven in zijn “Muzieknotities” (1963) neerschreef: “Persoonlijk heb ik steeds getracht de coupe van de symfonie te breken en het geheel een andere vorm te verlenen… Het gebeurde evenwel instinctief”.
De grote kracht is een waarlijk schitterende, impressionistisch getinte orkestratie, vol subtiele kleurschakeringen. Meesterlijk is de manier waarop met korte toetsen de episodes worden opgeroepen en toch tot een imposant geheel worden uitgewerkt.
Arthur Meulemans dirigeerde zelf de eerste uitvoering van de Dennesymfonie met het Orkest van de Radio, op 11 oktober 1934, tijdens een concert in het Koninklijk Muziekconservatorium te Brussel, ter gelegenheid van het vijfjarig bestaan van de toenmalige Katholieke Vlaamse Radio Omroep. De partituur werd uitgegeven door het Arthur Meulemansfonds te Antwerpen. De werken van Meulemans worden tevens verspreid door het Cebedem.
Luc Leytens (typoscript, s.a.) - SVM