Ga verder naar de inhoud

Adriaenssen, Emanuel

° Antwerpen — † Antwerpen, 27/02/1604

Biografie

Hendrik Vanden Abeele

De Antwerpse luitist en componist Emanuel Adriaenssen (soms ook Adriani of Hadrianius) was een van de voornaamste figuren van de Zuid-Nederlandse luitkunst in de tweede helft van de zestiende eeuw, een tijd van grote bloei voor het luitrepertoire. Hij werd vermoedelijk rond 1554 geboren – een doopakte ontbreekt, maar dat is niet verwonderlijk, aangezien de Antwerpse doopregisters pas na 1556 beginnen. Hij leefde in een tijd van intense politieke en religieuze omwentelingen, met onder meer de Spaanse Furie (1576), de Franse Furie (1582) en de val van Antwerpen (1584–1585). Zijn naam duikt voor het eerst op in Antwerpse bronnen van precies de jaren 1584-1585, in een stedelijk belastingregister.

Zoals gebruikelijk voor musici van zijn tijd prees hij zichzelf graag hoog: per id genus Musices experientissimum artificem Emanuelem Hardianium Antwerpiensem – ‘Emanuel Adriaenssen van Antwerpen, een uiterst ervaren kunstenaar in deze tak van de muziek.’ Hij presenteerde zich nadrukkelijk als Antwerpenaar en bewoog zich in het levendige muzikale milieu van de stad. Antwerpen had een kathedraalschool met professionele zangers, organisten, en componisten als George de la Hèle, Andreas Pevernage en Hubert Waelrant. Daarnaast kende de stad een bloeiend wereldlijk muziekleven met onder meer gilden van speellieden, stadspijpers en beiaardiers. Ook muziekdrukkers en instrumentenbouwers waren nadrukkelijk aanwezig.

Rond 1574 reisde Adriaenssen naar Italië, een ervaring die zijn stijl blijvend beïnvloedde. In Rome bezocht hij, zoals vele kunstenaars voor en na hem, de toen recent herontdekte resten van de Domus Aurea, het paleis van keizer Nero. Kunstenaars allerhande kwamen daar de antieke kunst bewonderen of lieten zich door de aanblik van de indrukwekkende ruïne inspireren. Onder anderen Rafaël en Ghirlandaio kerfden hun namen in de muren; ook Adriaenssen liet er zijn handtekening achter, een stille getuigenis van zijn aanwezigheid in het Italië van de late zestiende eeuw.

Adriaenssen bleef verder altijd in Antwerpen, waar hij met zijn broer Gijsbrecht († Antwerpen 1593?) een muziekschool leidde. In 1587 werden zij voor de rechtbank gedaagd omdat ze lesgaven zonder lidmaatschap van de muzikantengilde – een verplichte voorwaarde in die tijd. Later moet dat lidmaatschap toch gerealiseerd zijn, aangezien Adriaenssen zich regelmatig

‘meester’ noemde. Ook in 1587 werd zijn zoon Alexander gedoopt in de Sint-Jacobskerk; deze Alexander zou een bekende schilder van stillevens worden. (Het Antwerpse museum Snijders&Rockoxhuis stelt van Alexander Adriaenssen een stilleven ten toon, het ‘Stilleven met fruit, vis, groenten en gevogelte’ uit 1652.) Een andere zoon, Vincentius (1595), werd schilder van gevechtstaferelen.

Emanuel was gehuwd met Sibilla Crelin, dankzij wie hij een herenhuis in de Venusstraat kon betrekken. Het gezin kreeg meerdere kinderen, onder wie naast Alexander en Vincentius ook Cesar (1590), Helena (1591), en Cornelius (1596). Voor de val van Antwerpen lijken Emanuel en zijn vrouw zich bij de Hervormde kerk te hebben aangesloten, maar later zouden zij zich met de Rooms-Katholieke kerk verzoenen.

In 1594 kocht het echtpaar een huisje op de Meir, ‘Het Lammeken’, en enkele jaren later nog een tweede pand. Adriaenssen was kapitein van de burgerwacht, maar zijn soldij werd niet altijd zo stipt uitbetaald. In 1598 won hij een opmerkelijke weddenschap over de afloop van de Frans-Spaanse oorlog (de Vrede van Vervins), al bleef zijn tegenpartij in gebreke. In 1595 nam hij deel aan de ontzetting van Lier (nabij Antwerpen), dat door Noord-Nederlandse troepen was bezet.

Tussen 1584 en 1600 publiceerde Adriaenssen bij de Antwerpse drukker Petrus Phalesius jr. drie omvangrijke luitboeken: Pratum musicum (1584), Novum pratum musicum (1592) en Pratum musicum, editio nova (1600). (Dat laatste boek is in feite een sterk aangepaste herdruk van het eerste.) Elk boek bevat tientallen werken, een paar honderd bladzijden muziek. Het gaat om fantasieën, preludia, intabulaties van vocale muziek en danstabulaturen. Adriaenssens bronnen waren internationaal – Italiaans, Frans, Duits en Spaans – met toenemende aandacht voor de Italiaanse context: de opdracht van zijn laatste bundel is zelfs in het Italiaans gesteld.

Opvallend is dat de meeste muziek niet van zijn hand is: hij was vooral een meester in het intabuleren, het herschrijven van meerstemmige vocale werken voor luit. Hij bewerkte onder meer muziek van De Rore, Lassus, Palestrina, De Monte, Marenzio, Gombert, Waelrant en Pevernage. Een beperkte hoeveelheid religieuze muziek (zes motetten) staat tegenover een veel groter aantal profane liederen: madrigalen, chansons, villanelle en Napolitaanse liederen. Het resultaat van zijn intabulaties is bovendien niet per se voor luit solo bedoeld: hier en daar duidt hij uitdrukkelijk aan dat Le Sup. doit estre

chanté – ‘de bovenstem moet gezongen worden’.

Adriaenssens intabuleringstechniek is bijzonder verfijnd: in plaats van louter te kopiëren of te versieren, herschikt hij de stemmen structureel. Zo plaatst hij de alt soms bovenaan of laat hij de bovenstem terugkeren in het middenregister, waardoor zijn luitpartijen een oorspronkelijke en zelfstandige rol krijgen naast de zangstemmen. Als componist laat hij zich vooral opmerken met de vrijere Fantasie en het Praeludium, luiteigen vormen met meerstemmige fugatische inzetten, afgewisseld met akkoordische en soms virtuoze passages.

Het boek van 1592 bevat bovendien een uitvoerig traktaat, ook wel Methodus genoemd, over het maken van muziek in het algemeen en het bespelen van de luit aan de hand van tabulaturen in het bijzonder. Het traktaat behandelt onder meer de toonsoorten, de intabulatieregels, de verhouding tussen tabulatuur en mensurale notatie en aspecten van contrapunt. De luit van Adriaenssen bestond uit acht koren, wat – rekening houdend met de eensnarige bediening van het hoogste koor (de chantarelle) – neerkomt op vijftien snaren.

De luitboeken van Emanuel Adriaenssen werden verkocht in de Antwerpse winkel van Christoffel Plantijn en vonden hun weg naar Frankrijk, naar de jaarmarkten van Leipzig en Frankfurt, en naar de bibliotheken van vooraanstaande figuren zoals Filips van Marnix van Sint-Aldegonde, Constantijn Huygens of kardinaal Mazarin. Ook in andere luitboeken werd Adriaenssens lof bezongen. Nog in de 18e eeuw werd hij door de Duitse luitist en componist Ernst Gottlieb Baron gerekend tot de ‘beroemde oude luitmeesters’ die de kunst van het intabuleren vervolmaakten.

Hoewel hij waarschijnlijk nooit een officiële positie aan de stad bekleedde, genoot Adriaenssen aanzienlijke bescherming van invloedrijke mecenassen zoals Balthasar de Robiano (later penningmeester en raadsman van de aartshertogen Albrecht en Isabella), de koopman en lijnwaadproducent Henrico Tibaut, en Cesar Cini, die zelfs peter werd van zijn zoon Cesar. (Deze Cesar Cini geraakte betrokken in een moordzaak: toen een zekere Ramiro de Rivera op straat in Antwerpen werd doodgeschoten, verklaarde de moordenaar dat hij daartoe betaald was door Cini.) Adriaenssen lijkt zich overigens vaak onder rijke patriciërs te hebben bewogen, in kringen waar hij zijn luitspel kon laten horen. Hij lijkt vooral geliefd te zijn geweest bij de Italiaanse koopmansfamilies (zoals naast Cini ook Balbani, Gondi en

Lucchini). Zijn villanella Fiamenga freda bevat een persoonlijke toespeling op de eerder genoemde Balthasar de Robiano.

Op 2 februari 1604 wijzigde Adriaenssen nog zijn testament, vermoedelijk omdat hij zijn einde voelde naderen. Hij was ziek en kreeg bezoek van karmelieten en leden van een Mariabroederschap. Apotheker Van Alphen leverde medicijnen, en een zekere Hans ‘den citermaeckere’ stond hem bij op zijn ziekbed. Hij overleed vermoedelijk enkele dagen voor 27 februari 1604, de dag waarop hij (volgens Spiessens ‘luisterrijk’) begraven werd in de Sint-Jacobskerk in Antwerpen. In de boedelbeschrijving werd hij omschreven als luytslaeghere van beroep; vermeld werden ook ‘snaren’ en ‘resten van luiten’.

Bij zijn overlijden had Adriaenssen nog twee zussen en een broer in leven. Drie van zijn zonen zouden schilder worden (zie hoger); een van hen werkte als knecht bij een Italiaanse koopman die onder meer luiten en klavecimbels verhandelde. Er heeft ooit een portret van Emanuel bestaan, aanwezig in de nalatenschap van zijn zoon Vincentius in Rome, maar dit is verloren gegaan.

Adriaenssen lijkt een goede leermeester te zijn geweest. Hij wordt algemeen beschouwd als de stichter van een Antwerpse luitschool, waarin luitisten als Gregorius Huet, Joachim van den Hove en Adrian Denss figureren. Tegelijk met (en wellicht ook vanwege) de migratie van muzikanten naar het noorden aan het einde van de zestiende eeuw droeg hij bij tot de verspreiding van de luitkunst in de Lage Landen.

Hoewel hij internationaal niet altijd kon wedijveren met de grootste Europese virtuozen en zijn nadruk op de bovenstem volgens Spiessens soms ten koste ging van de klankrijkdom en structurele balans, blijft zijn werk een uitstekende getuigenis van de hoge technische en artistieke ambities van de Zuid-Nederlandse luitkunst. Zijn drie luitboeken behoren tot de meest waardevolle muziekdrukwerken van hun tijd, en Adriaenssens invloed reikte tot ver in de zeventiende eeuw.

Audio en video

Almande Courte

Branles

Bibliografie

Anderen over deze componist

  • Eitner, R.: Biographisch-Bibliographisches Quellen-Lexikon der Musiker und Musikgelehrten der christlicher Zeitrechnung bis Mitte des neunzehnten Jahrhunderts, Graz, 1959.
  • Levaux, Th., Dictionnaire des compositeurs de Belgique du moyen âge à nos jours, Ohain-Lasne, 2006.
  • Robijns, J., & Zijlstra, M.: Algemene Muziek Encyclopedie, Haarlem, 1979-1984.
  • Spiessens, G.., in Lenaerts, R.: Luitmuziek van Emanuel Adriaenssen, Monumentae Musicae Belgicae, Antwerpen, 1966.
  • Spiessens, G., Leven en werk van de Antwerpse luitcomponist Emanuel Adriaenssen (ca. 1554-1604), Brussel, 1974.
  • Spiessens, G., Adriaenssen, E., in: Finscher, L.: Die Musik in Geschichte und Gegenwart, Kassel, 2003.

Heb je een vraag of heb je een foutje opgemerkt? Zoek je een partituur?

Of heb je zelf nog meer informatie over deze persoon, contacteer ons dan.