Delhaye, August
Biografie
Eline Jans
Op 15 april 2015 werd de 25ste verjaardag van de sterfdag van August (‘Gust’) Delhaye herdacht. Hij werd en wordt nog steeds herinnerd als een muzikaal zeer getalenteerd, maar bescheiden man. Delhaye was van vele markten thuis: naast componist was hij ook dirigent, organist, leerkracht en violist, en hij componeerde zowel klassieke als lichte muziek.
August Delhaye werd op 18 januari 1927 te Antwerpen geboren. Na zijn studies aan het Sint-Lievenscollege in Mortsel begon hij zijn muzikale opleiding aan het Koninklijk Vlaams Conservatorium van Antwerpen. Hij studeerde er notenleer, harmonie, muziekgeschiedenis en altviool en won er in 1953 de eerste prijs voor harmonie bij componist Emile-Constant Verrees. Daarna volgde een zeer gevarieerde carrière. Zo speelde hij op achttienjarige leeftijd altviool in de Philharmonie van Antwerpen. Daarnaast was hij ook begeleider en repetitor bij de Kameropera van Antwerpen, dirigent van een gemengd koor in het Nederlandse Ossendrecht en stichter-dirigent van een kinderkoor in Mortsel. Zijn interesse bleef niet beperkt tot het componeren, uitvoeren en begeleiden van klassieke muziek. Zo was Delhaye jazzpianist in de Swingclub en in het orkest The Skyliners van André Coucke. Ook gaf hij les in de muziekacademies van Merksem en Herenthout. Zijn grootste troeven als leraar waren zijn perfecte kennis van harmonie en zijn zeer uitgebreide muzikale kennis die hij tevens op een eenvoudige manier kon overbrengen. Ten slotte was Gust Delhaye als liedjescomponist ook betrokken bij de Knokke-festivals, waar zijn liedjes werden gezongen door bekende namen zoals Ann Christy en Hugo Sigal.
Een groot gedeelte van Delhayes oeuvre bestaat uit pedagogische werken, speciaal geschreven voor het muziekonderwijs. Zo schreef hij voor onder andere piano, viool, fluit, en andere blaasinstrumenten. Enige bekendheid geniet Capriccio, zijn enige werk voor mandoline en piano. De rake dialogen tussen beide instrumenten en de vele maatwisselingen maakten deze compositie zeer geschikt als plichtwerk voor de Axion Classics in 1996.
Naast de vele pedagogische werken componeerde Gust Delhaye ook kameropera’s zoals Een bange nacht en Maria Martini. Een bange nacht, zijn eerste muziekdrama naar een novelle van Anton Tsjechov, werd in 1964 gecreëerd door de Antwerpse Kameropera, samen met De nozem en de nimf van Willem Pelemans. Delhaye nam toen zelf de pianopartijen van beide werken voor zijn rekening.
Een van Delhayes grote passies was de orgelmuziek. Zo bespeelde hij 47 jaar lang het orgel van de Sint-Benedictuskerk in Mortsel, waar hij koster Van Damme opvolgde. Toen hij in 1991 stierf, vond de begrafenisplechtigheid, die werd opgeluisterd door het koor Die Cierlycke, dan ook plaats in ‘zijn’ kerk.
Bibliografie
Anderen over deze componist
- Roquet, F.: Delhaye, August ('Gust') in: Lexicon Vlaamse Componisten geboren na 1800, Roeselare, 2007, p. 212.