Seghers, Ildefons
Biografie
Hendrik Vanden Abeele
Ildefons Seghers was een Vlaamse organist, componist en vooral stadsbeiaardier van Roeselare, een functie die hij uitoefende van 1893 tot aan zijn overlijden. Hij werd geboren als oudste zoon van een winkeliersechtpaar: zijn vader Leopold Seghers was naast handelaar ook koordirigent en leider van de harmonie Sint-Cecilia. Na diens vroege overlijden hertrouwde zijn moeder met de orgelbouwer Charles Louis Demazière, die in 1886 een nieuw orgel bouwde voor de Sint-Michielskerk in Roeselare. Het was op dit instrument dat de jonge Seghers zich verder kon ontwikkelen; hij mocht het in 1888 mee inspelen, samen met vooraanstaande organisten uit de regio.
Seghers studeerde orgel, piano en compositie aan het conservatorium van Gent, waar hij bij Joseph Tilborghs de eerste prijs voor orgel behaalde. In 1900 werd hij organist van de Redemptoristenkerk in Roeselare, waar hij samen met Léandre Vilain het nieuwe orgel van Charles Anneessens had ingespeeld. Daarnaast gaf hij privé-pianoles. In 1902 huwde hij met de modiste Sophia Ramant; het echtpaar bleef kinderloos en woonde achtereenvolgens in de Manestraat en de Leenstraat.
Als beiaardier was Seghers een markante figuur in het Roeselaarse muziekleven. Na de herstelling en verbetering van de stadsbeiaard werd hij in 1903 officieel door het stadsbestuur aangesteld. Hij verzorgde vaste bespelingen, driemaal per week – op dinsdag (marktdag), zaterdag en zondag – en gaf in de zomer ook avondconcerten. Daarnaast trad hij geregeld op als gastbeiaardier, onder meer in Ieper en Izegem. Over zijn opleiding als beiaardier bestaat enige onduidelijkheid: volgens tijdgenoot Joseph Flipts was hij autodidact, al wordt elders melding gemaakt van lessen bij de Mechelse beiaardier Jef Denyn.
De Eerste Wereldoorlog onderbrak zijn activiteit abrupt: in 1917 werden de klokken door de Duitse bezetter uit de toren gehaald. Pas in 1922 kreeg Roeselare een nieuwe beiaard, die onder meer werd ingespeeld door 'den wereldberoemden stadsbeiaardier van Mechelen' Jef Denyn. Seghers zelf was echter niet onverdeeld tevreden en vond dat het instrument ‘vals’ klonk. In 1939 werden de klokken hergoten; de vernieuwde beiaard werd pas in 1942 geïnstalleerd, twee jaar na zijn overlijden.
Naast zijn uitvoerende activiteiten was Seghers ook actief als componist en pedagoog. Bij de oprichting van de Vrije Muziekschool in Roeselare in 1921 werd hij aangesteld als leraar notenleer, waarvoor hij een eigen methode ontwikkelde. Een conflict daarover met directeur Joseph Hanoulle leidde echter al na een jaar tot zijn ontslag. Van zijn compositorisch werk (dat ook koorwerken bevatte) zijn slechts enkele liederen bewaard gebleven, waaronder ‘Een land, één taal’ en ‘Hulde aan onze helden’.
Seghers overleed in 1940, enkele maanden na zijn echtgenote, in eerder bescheiden omstandigheden. Zijn begrafenis op 7 november zou door slechts een twaalftal mensen zijn bijgewoond. Zijn nagedachtenis wordt onder meer levend gehouden door een portretbuste van de hand van beeldhouwer Gerard Joseph Breemersch, die zich vandaag bevindt in de toren van de Sint-Michielskerk in Roeselare. Deze buste werd in 2025 door een achterneef van de beeldhouwer geschonken aan de Roeselaarse Klokkengilde vzw.
Bibliografie
Anderen over deze componist
- Cosaert, K., 'De portretbuste van Ildefons Seghers (1868-1940), stadsbeiaardier van Roeselare', in Vlaamse Beiaardvereniging Magazine, jg. 31, april-mei-juni 2025, pp. 4-10.