Ga verder naar de inhoud

Verbruggen, Renaat

° Antwerpen, 10/01/1909 — † Antwerpen, 28/10/1981

Biografie

Bariton Renaat Verbruggen (Antwerpen, 1909 ‐ Antwerpen, 1981) legde een niet alledaags parcours af. Hij studeerde eerst scheepsbouw, nadien architectuur, en ondertussen nam hij zanglessen bij Adolphe Coryn (1869 ‐ 1933). Deze Gentse bariton leidde na een internationale carrière van 1911 tot 1933 het Théâtre Royal Français (de Bourla) in Antwerpen.

Verbruggen debuteerde in 1928, vijf jaar later werd hij voor het eerst door de radio‐omroep geëngageerd en in het seizoen 1943‐1944 kreeg hij als Lescaut zijn eerste contract aan de Koninklijke Vlaamse Opera in Antwerpen. Op vraag van operadirectrice Vina Bovy verkaste hij in 1947 naar de Koninklijke Opera in Gent, om dan in 1951 definitief naar het Antwerpse operahuis terug te keren. In de daarop volgende jaren zong hij 57 (!) verschillende belangrijke rollen. Verbruggen was werkelijk van alle markten thuis, zo zong hij ook chansons, operettes, liederen, cantates en oratoria.

Jarenlang was hij incontournable als Christus in de Bach‐passies (o.l.v. Lodewijk De Vocht) en hij zong in zowat alle Benoit‐oratoria (o.l.v. Hendrik Diels en later Leonce Gras). Tegelijkertijd was hij ook geknipt voor eigentijdse werken als de kamercantate La couronne de gloire van Darius Milhaud, Golgotha van Frank Martin of Hiawadhas lied van Marinus De Jong. Als liedzanger bracht hij meer dan veertig keer Die Winterreise, maar vooral was hij een fervent verdediger van het Vlaams liedrepertoire: hij had zowat zeshonderd Vlaamse liederen op zijn repertoire, waarvan hij er vele ook op plaat zette. Tijdens zijn carrière maakte hij overigens tientallen plaatopnamen, soms onder de alias Bert Roelants, de naam die hij in het begin van zijn zangcarrière gebruikte. Verbruggen was ook niet schuw van het lichtere genre. In 1955 zong hij op het Festival Internazionale della Canzone in Venetië Wel te rusten, goede nacht van Hans Flower en twee jaar later bracht hij op het zelfde festival ‘k Vergeet u nooit van Jef Van den Berg, dat bekroond werd met een zilveren medaille. (Voor de geschiedenis: Jef Van den Berg studeerde aan het Antwerpse conservatorium, leidde verschillende amusementsorkesten, was BRT‐producer en gaf muziekles aan de Studio Herman Teirlinck). Renaat Verbruggen kreeg veel aanbiedingen uit het buitenland, maar wees de meeste van de hand. Tijdens zijn zangcarrière bleef hij namelijk een druk architectenbureau leiden en dat bemoeilijkte lange verblijven in het buitenland. Toch trok hij verschillende keren naar Hilversum om voor de Nederlandse omroep opnames te maken. Daar vertolkte hij in 1959 onder Carlo Maria Guilini de rol van Marchese di Posa in Don Carlos en later zong hij er in een integrale opname van Capriccio (samen met de excellente Strauss‐sopraan Lisa della Casa). In 1962 werkte hij in Alicante mee aan een uitvoering van Jacqueline Fontyns Psalmus Tertius en in 1968 zong hij in Bratislava onder Ján Valach Lieder eines fahrenden Gesellen en Flor Peeters Het tijdeloze verbond. Op dat moment had hij zijn zangcarrière al teruggeschroefd, want in 1961 was hij benoemd tot directeur van de KVO, een functie die hij tot 1974 zou uitoefenen. Als operadirecteur programmeerde hij heel wat contemporaine operas (die toen nog in Nederlandse vertaling werden opgevoerd), zoals De dialogen der Karmelietessen (Poulenc), Een midzomernachtsdroom (Britten), De Griekse passie (Martinů), De moord in de kathedraal (Pizetti) of De grote verzoeking van Sint‐Antonius (De Meester). Via zijn contacten met de naar Vlaanderen uitgeweken Valach programmeerde hij ook Slovaakse componisten als Ján Cikker en Eugen Suchoň.

Waar Verbruggen de tijd vandaan haalde, is een raadsel, maar hij gaf ook nog zangles ‐ een tijd ook als interimaris aan het Antwerps Conservatorium ‐, hij werkte mee aan de Algemene muziekencyclopedie van August Corbet en Wouter Paap (1957‐1972) en publiceerde in 1965 het historische werk Koninklijke Vlaamse Opera Antwerpen: gedenk‐klanken, 1893‐1963, een nog altijd zeer nuttig naslagwerk. Niet te vergeten dat hij naast al die activiteiten, ook nog als architect bleef werken. Zo ontwierp hij samen met Marc Appel en Rie Haan de plannen voor de Stadsschouwburg in Antwerpen.

Zijn uitgebreide muziekbibliotheek wordt bewaard in de Antwerpse Conservatoriumbibliotheek.

Jan Dewilde

Audio en video

Vlaanderen

Heb je een vraag of heb je een foutje opgemerkt? Zoek je een partituur?

Of heb je zelf nog meer informatie over deze persoon, contacteer ons dan.