Gregoir, Joseph

Antwerpen, 18/01/1817 > Brussel, 28/10/1876

Biografie

Gregoir, Joseph

door Annelies Focquaert

Joseph (Jacques) Gregoir (Grégoir) toonde al vroeg een uitzonderlijke aanleg voor muziek: hij was amper 8 toen hij al in publiek - en met succes - een pianoconcerto van Dussek uitvoerde. Zijn eerste muzieklessen kreeg hij van zijn vader, die een zeer goede amateurmuzikant was; nadien kreeg hij ook orgelles van de Kempense organist Valeriaan Homans. Hij werd op jonge leeftijd door zijn familie naar Parijs gestuurd om er pianolessen te volgen bij Henri Herz (de meeste bronnen plaatsen deze lessen in de periode na de Belgische omwenteling van 1830, één 19e-eeuwse bron vermeldt ‘op elf-jarige leeftijd’). Een ernstige ziekte verplichtte hem zes maanden later om terug te keren naar zijn familie in België. In 1835 vertrok hij met zijn jongere broer Edouard naar Duitsland, om zijn muzikale opleiding te vervolmaken. Hij kreeg er les van de beroemde pianist Christian Rummel in Biebrich. Twee jaar later keerde hij terug naar Antwerpen, waar hij enkele succesvolle concerten gaf.

Terwijl zijn carrière als solist en als pianoleraar zich ontwikkelde, legde Gregoir zich ook actief toe op het componeren. Nadat hij in Antwerpen een Lauda Sion voor koor en orkest had laten uitvoeren, volgde in 1847 Faust, een groot symfonisch gedicht. Een jaar later ging zijn opera le Gondolier de Venise (3 bedrijven) in première in het koninklijk theater van Antwerpen, met een gunstige bijval van het publiek. In deze periode dirigeerde hij zelf het orkest van dit theater en stond hij aan het hoofd van een Duitse zangvereniging. In 1848 verliet hij zijn geboortestad en vestigde hij zich in Brussel. In 1849 werd hij muziekleraar in het Engels Pensionaat in Brugge. In 1850 trouwde hij met een Engelse en verhuisde hij weer naar Brussel, waar hij als pianoleraar actief was. Tegelijkertijd maakte hij verschillende buitenlandse concertreizen als pianovirtuoos en als componist voor zijn instrument. Hij verwierf vooral groot succes tijdens een tournee die hij in Duitsland maakte met de beroemde cellist Servais. Pougin noemde hem "[un] artiste extrêmement distingué, aussi excellent professeur qu’habile exécutant".

Gregoirs necrologie in het Nederlandse tijdschrift Caecilia vermeldt dat hij geen plaats kreeg aan het Brusselse Conservatorium, maar in 1874 wel tot ‘Professeur d’accompagnement’ benoemd werd van het ‘Institut musical’ dat in Brussel door de Nederlandse koning Willem III was opgericht. Dit zorgt in enkele modernere biografieën voor verwarring met het Conservatorium van Brussel, opgericht in 1827 onder Nederlands bewind. In hetzelfde jaar 1874 werd Gregoir door de Nederlandse koning gedecoreerd met de Orde van de Eikenkroon.

Gregoir componeerde naast de eerder genoemde orkestwerken ook meer dan 100 pianostukken, waaronder zowel etudes als virtuoze concertwerken, verschillende fantasieën en mélanges sur des airs d’opéras. Met Vieuxtemps en Léonard componeerde hij een 50-tal werken voor viool en piano, met Servais 25 duo’s voor cello en piano. Zijn École moderne du piano werd onder meer gebruikt aan de Conservatoria van Brussel en Parijs. Hij ontwikkelde ook een apparaat dat de vingers soepel maakte: ‘le Clavier-déliateur’, een niet-klinkend klavier van 25 toetsen met regelbare weerstand. Het kreeg een plaats op de Wereldtentoonstelling in Parijs van 1867.

© Studiecentrum voor Vlaamse Muziek vzw - Annelies Focquaert